De kleintjes moeten vooral klein blijven

31 januari 2014

Een jaarlijks feest voor sommigen onder ons is weer in volle gang: de Europese subsidie voor literaire vertalingen in het kader van Creative Europe Programme (2014-2020) kan weer worden aangevraagd!

Het klinkt helaas veelbelovender dan het in de praktijk blijkt, zeker als je een kleine uitgever bent. En toch trap ik er iedere keer weer opnieuw in. Met subsidiegelden zou ik een deel van de kosten, die ik als uitgever van vertaalde literatuur nu uit eigen zak betaal, kunnen dekken. Ook zou ik meer werk kunnen uitbesteden, verder kunnen reiken door activiteiten van KLIN op te schalen, aan naamsbekendheid winnen, boven de kritische grens uitgroeien en bedrijfscontinuïteit beter kunnen waarborgen. Daardoor zou ik wellicht kansrijker door de crisis komen, meer boeken kunnen vertalen en uitgeven, ze beter onder de aandacht kunnen brengen, mijn eigen vertaaluren een tarief toekennen dat boven het schoonmaakwerk uitsteekt en zo nog een paar andere professionaliseringsstappen zetten.

Daarom beklaag ik me niet direct dat er veel tijd moet worden ingeruimd om de ambtelijke procedures die je tegemoet grijnzen tot je te nemen en door te worstelen. De aanvraagprocedure is dit jaar gedeeltelijk vernieuwd en zo ook de bijbehorende formulieren en instructies. Niet helemaal herschreven, dat begrijp ik, de instructieschrijvende ambtenaren zijn ook maar mensen die misschien evenveel gezonde hekel aan eindeloze herhalingen hebben als ik. Maar hun plak-en-knipwerk laat soms te wensen over. Natuurlijk blijft in de ellenlange kronkelige documenten zo nu en dan er een oud stukje tekst staan dat achteraf niet meer klopt. Geen man overboord, een correctie kan nog altijd verder op in het verhaal verstopt worden, moeten ze hebben gedacht. Leuk spelletje voor wie nog niet is afgehaakt.

De nodige documentatie voor de aanvraag heb ik, als een opgeruimde ondernemer, natuurlijk al klaargelegd. Wat zou ik anders met mijn tijd moeten doen? Daarna moet ik me absoluut niet laten ontmoedigen door de lengte en onoverzichtelijkheid van het immer groeiend formulier, dat dit jaar eerst bedrijfsspecifiek, op naam vooraf moet worden aangevraagd. Met een beetje geluk en hulp van de helpdesk kreeg ik het uiteindelijk ook gedownload op de computer en kon ik aan de slag. Om dan te ontdekken dat ik er praktisch niet doorheen kan bladeren zonder er duizelig van te worden. De pagina’s springen namelijk met drie tegelijk heen en weer en stoppen uiteindelijk op een willekeurige plek die ik op dat moment niet nodig hebt, maar ik ben zielsblij dat het verspringen eindelijk is gestopt. Dat zal bij het geheime afstotingsbeleid horen, schat ik zo. Lastig toch, al die aanvragen? Ik ben nog maar één dag bezig met de aanvraag en ik ben er nog niet te diep in verzonken. De tijdsinvestering is te overzien, ik zou er nog mee kunnen stoppen. Dit is niet bedoeld voor kleine ondernemingen gonst voortdurend op de achtergrond van alles wat ik op de ec.europa.eu site lees. Maar ik ben over het algemeen positief ingesteld, ik geloof in gelijkheid, in het goede van mensen en in het nut van structuren en instituties, ik ben gewend om door te zetten bij obstakels en tegenslagen en ik zet nu ook door.

Vreselijk saai is het om te doen, ondanks een redelijke motivatie. Ik geef toe, soms is het goed om de gedachten over lopend werk te ordenen, het activiteitenverslag bij te werken, het marketingplan aan te scherpen, het strategisch plan nogmaals kritisch na te lopen, het CV te updaten en zo nog een paar. Ja, hoor, al die documenten heb ik op orde, ook al vind ik het in veel opzichten een knap zinloze bezigheid voor wat overwegend een eenpersoonsproject is, met enkele freelancers op afroep en een paar even kleine zakenpartners. Die overigens ook met lede ogen kijken naar de vette subsidiebuit waar ze bij herhaling niet voor in aanmerking blijken te komen. Zoals ik met mijn KLIN (Kroatische Literatuur In Nederland) ook dit jaar opnieuw achter het net ga vissen.

Ik ontdek het pas na een werkweek die ik aan het invullen van het formulier heb toegewijd. Uiteraard heb ik inmiddels alle essentiële onderdelen en het budgetformulier af. Alles is electronisch ingediend. De postzending is nog omvangrijker. Er moeten namelijk ook de statuten van het bedrijf met de documentatie worden opgestuurd. Veel kleine ondernemingen kennen echter geen aparte rechtspersoon en hebben derhalve geen statuten. De instructies zijn echter onverbiddelijk: Please note that failure to include any of these documents makes your application ineligible. No exceptions will be granted. De vette letters zijn verstopt in Sectie 2 onder II/11. Ik had ze nooit eerder gezien.

Europese subsidies zijn niet bedoeld voor kleine ondernemers, zo blijkt. Nu begrijp ik opeens waarom mijn aanvraag twee jaar geleden als ineligible terug werd gestuurd. Toen werd het mij niet duidelijk omdat het antwoord op mijn bezwaar tegen het besluit geen toelichting bevatte, alleen herhaling van de tekst in het eerste besluit. En op Creative Europe desks, hoe ze dit jaar heten, voorheen uiteraard anders, wisten ze me alleen te vertellen dat ik maar beter van de aanvraag kon afzien omdat ik niet naar de meerdaagse workshop over het invullen van dit formulier was geweest. Waar had ik de tijd vandaan moeten halen?, ontviel mij in oprechte verbazing. Superieure stilte aan de andere kant van de lijn. Na mijn aandringen met een paar gerichte vragen hoorde ik nog dat ik er niets te zoeken had omdat mijn onderneming te klein is voor deze subsidie. Ik geef toe, kleiner dan een eenmansbedrijf kan niet, maar waar precies haalden ze dat vandaan? Op welke bladzijde van welk document kon ik het terugvinden? Ongemakkelijk gekuch aan de andere kant, nergens dus. Het volgende steekhoudende argument van de hulpdesk, namelijk dat ik niet voldeed omdat ik winst wilde maken met mijn uitgeverij, veegde ik met succes van (hun) tafel. Gevat vroeg ik of ze echt dachten dat grote uitgeverijen met opzet geen winst maken, om als non-profit organisaties door het formulier heen te kunnen glijden? Daar hadden ze niet van terug. Maar, toegegeven, een paar weken later kregen ze alsnog wel hun gelijk. Ik werd afgewezen.

Bent u er nog? Ik ben nog niet eens op de helft van mijn waslijst. Toch houd ik er hier bij, dat is beter voor het arbeidsmoraal van alle betrokkenen. Misschien bent u juist verstrikt in deze procedure en maakt u meer kans op succes.

Tot slot: ik haal niet graag uit naar de EU, omdat ik door en door pro-Europa ben. Maar dit structureel benadelen van kleine firma’s door de Europese Commissie is niet meer van deze tijd en beschamend. Niet voor mij, wel te verstaan, mijn boeken zijn er en zij blijven komen. Het is Creative Europe Programme die volle blaam treft. Hoe zou het toch komen dat Europa zo impopulair is?