Een lesje geschiedenis

10 april 2016

Door Sanja Kregarbauer

Onlangs stelde ik deze korte, onschuldige vraag aan Ludwig Bauer:

Wanneer, bij welke historische gelegenheid zijn uw Duitse voorouders naar Kroatië gekomen?

Waarop zijn uitgebreide reactie:

‘Daar heb ik geen exacte gegevens over. Ik heb een familiewapen, een adellijke Arma für Familie Bauer (waarmee in de familie ruiterlijk werd gespot, maar ze hebben hem niet van de hand gedaan), die zou afstammen uit de tijden van de kruistochten. Het origineel zou zich moeten bevinden, of geregistreerd zijn in een wapenmuseum in Offen, wat een oude Duitse benaming is voor Boedapest. Daaruit zou men kunnen concluderen dat één van mijn voorouders Hongarije had bereikt nog voor de migratiegolf van de toekomstige Donau-Zwaben ten tijde van Maria Theresia van Oostenrijk en Keizer Jozef II in de 18e eeuw.

4 T

Joseph_II_of_Habsburg_Lorraine_and_sisters

Mijn overgrootvader heeft als een jonge officier of kadet deelgenomen aan de Opstand van Kossuth in 1848. Na de nederlaag vluchtte hij, maar werd gevangen genomen in Genua toen hij aan boord van een schip naar Amerika wilde stappen. (…)

Ludwig, Ludvig, Lujo, Ljudevit, Lajos

(…) Hij werd geïnterneerd naar een gehucht in de buurt van Sisak (een stad in Kroatië) waar hij zich regelmatig moest melden bij de plaatselijke gendarmerie. Zijn naam was Ludwig Bauer, maar men noemde hem Lajos, naar de Hongaarse vorm van zijn naam. Zo noemde iedereen ook mijn opa, ondanks dat zijn naam geschreven werd als Ludwig, Ludvig of Ljudevit.

Mijn opa ging naar school in Graz en had familie in Oostenrijk. Ook zijn oudste zoon, mijn oom Josip, werd opgeleid in Oostenrijk, Wiener Neustad om precies te zijn, waar hij in het leger de rang van luitenant bereikte. Mijn vader Ljudevit, later Lujo, is het jongste kind uit mijn opa’s tweede huwelijk; zijn eerste vrouw overleed vroeg. Opa’s eerste taal was Duits, maar hij voelde zich Kroaat. Dat deed hij zeer vurig, ook al was zijn Kroatisch niet gespeend van Duits accent. Mijn vader en de oudste van zijn twee zussen spraken Duits en ze voelden zich deels Duits, maar deels ook Kroatisch vanwege hun uitgesproken anti-nazistische opvattingen. De andere zus en oom gaven niet veel om hun Duits-zijn en ze spraken in die taal uitsluitend om in aanwezigheid van hun kinderen iets te kunnen zeggen wat niet voor kinderoortjes was bestemd. Die tante die tijdens de Tweede Wereldoorlog Duits koesterde, heeft ook op mij gepast en mij opgevoed in de Duitse omgeving in Vukovar. Zodoende werd Duits de taal van mijn eerste uitspraken, sprookjes en getallen. Na de oorlog kreeg ik letterlijk op mijn kop voor elk Duits woord omdat men alleen al daarom om het leven gebracht kon worden. Die taal werd dus letterlijk uit mijn hoofd gezet. (…)

Kroaat, Duitser, Joegoslaaf

(…) Ergens in de politiedossiers stond dat ik de Duitse nationaliteit had. Dat wist ik niet. Wanneer gevraagd, verklaarde ik dat ik Kroaat was, soms Joegoslaaf. Toen ik in onafhankelijk Kroatië solliciteerde naar een baan als docent Kroatisch in een atheneum in Samobor, werd ik geconfronteerd met een oekaze van de toenmalige Minister van onderwijs en sport. Volgens deze mocht Kroatisch uitsluitend gedoceerd worden door Kroaten van Kroatische afkomst. Volgens de ambtenaren op het arbeidsbureau voldeed ik niet aan dit criterium. Ik ging informeren bij de politie, waar ik te horen kreeg dat ik Duitser ben, maar dat ik een verzoek kon indienen om dit te veranderen naar Kroatische nationaliteit. Toen heb ik uit revolte mijn officiële naam Ljudevit in al mijn documenten veranderd in Ludwig, naar mijn opa. Ik meen dat ik oorspronkelijk ben gedoopt als Ljudevit Ludvig Željko.

Tot slot, soms worden mij op bepaalde portals op internet theoretische werken toegeschreven, op het gebied van veiligheid van electronisch datatransfer. Natuurlijk ben ik dat niet. De auteur is mijn zoon die gedoopt is als Ljudevit en publiceert als Lujo Bauer. Hij is hoogleraar in Pittsburgh en gaat door het leven als een US citizen.’

Lujo Ludwig Bauer is dus een romanschrijver. Je moet bij hem niet komen voor korte mails of beknopte antwoorden, schertst hij zelf. Ook niet (of juist niet) wanneer de feiten zijn verstopt onder sedimenten van geschiedenis, die men in zijn familie al generaties lang nog eens een handje helpt met hardnekkige vernoemingen.