Over migranten en vluchtelingen

23 maart 2016

Door Sanja Kregar

Lang voordat de huidige vluchtelingentragedie ontstond, schreef de Kroatische schrijver van Duitse komaf Ludwig Bauer zijn roman De partituur voor De toverfluit. Een van de thema’s die daarin de aandacht opeisen, is een milde en literair bewerkte vorm van de bloedstollende toestanden die ons vandaag de dag onaangenaam herinneren aan vele mensen die op de vlucht zijn geslagen. In de kern willen de meeste vluchtelingen niets wezenlijk anders dan wij: een veilig bestaan, werk, perspectief en acceptatie in de nieuwe omgeving. Toch vormen ze blijkbaar een bedreiging zodat wij ze buiten sluiten, opsluiten, wegsturen. Jammer genoeg lijkt het erop dat deze mensen vooral een last zijn waar wij iets mee moeten. Al is het maar zorgen dat ze niet te dichtbij komen en ons confronteren met datgene waar wij zelf aan ontsnapt zijn, gedurende ons eigen leven of een paar generaties terug.

Hoe ga je om met levenspech

Ludwig Bauer (1941) is een vierde of vijfde generatie migrant. bauerZijn Duitse voorouders zijn in de Habsburgtijden in Kroatië neergevlijd. Levenspech voor de kleine Lujo die van begin af aan de naam van de vijand droeg: je zou maar met een Duitse voor- en achternaam in Joegoslavië na de Tweede Wereldoorlog moeten opgroeien. Menige gematigde moslim in het westen vandaag weet wel hoe dat moet zijn geweest.

Bauer heeft meerdere romans aan het thema migrant, vluchteling, vreemdeling gewijd: Een korte kroniek van de familie Weber (1990), De lijdensweg van Antonija Brabec (2008), Geboortestreek, vergetelheid (2010) en zijn autobiografisch meesterwerk De toren van zure appels (2013).

Partitura za čarobnu fruluIn 1999 kwam De partituur voor De toverfluit uiteen complexe roman met vele lagen. Zoals het regelmatig gebeurt met gepubliceerde werken is ook dit boek een eigen leven gaan leiden. Iedere lezer heeft zijn eigen interpretatie en associaties, de zwaartepunten van het verhaal komen op verschillende thema’s te liggen. Voor mij staat, wellicht ingegeven door de actualiteit, het lot van de migranten centraal. De hoofdpersoon is Ferdinand Konjic, kunstenaar en musicus uit Sarajevo die in de laatste oorlog zijn zus heeft verloren. Hij is gevlucht naar Wenen waar hij probeert zijn leven op te pakken. Aan het werk als chauffeur, onvolprezen en bijna ongemerkt doet hij zijn best om in de nieuwe omgeving te integreren, in smaak te vallen, geliefd te worden. Maar in Wenen zit niemand op de behoeftes van de zoveelste chauffeur, nog wel uit Sarajevo, te wachten. Ferdinand blijft een vreemdeling. Niet vreemd is dat juist deze verhaallijn mij, een goed geïntegreerde migrant, het meeste heeft geraakt.

Voor de schrijver ligt het anders

In gesprekken met Bauer kwam ik erachter dat dit aspect voor hem inmiddels slechts een bijzaak is. Hij wijst liever naar het conflict tussen goed en kwaad, de noodzaak voor gerechtigheid, vele allusies naar de opera De toverfluit van Mozart, de symbolische betekenis van de toverfluit in het verhaal, de hedendaagse operasterren, kortom naar datgene wat hem nu bezighoudt. Bauer is de sporen van zijn zoveelste generatie vluchteling- en migrantstatus definitief voorbij. Wat blijft is zijn multiculturaliteit, veeltaligheid, mentale wendbaarheid en voortreffelijk schrijverschap.

De Nederlandse lezers moeten nog even geduld opbrengen voordat zij hun eigen mening over het boek kunnen vormen. De roman is nu in vertaling. Publicatie is gepland voor het einde van dit jaar.

Een fragment uit Bauers oeuvre is opgenomen in de anthologie Voetbal, engelen, oorlog die in 2013 is uitgegeven in Nederland, zie hier. Voor de lezers die ook Kroatisch verstaan is hier meer over Bauer te vinden en hier over deze roman.